*

Skip links

Main navigation

Na vier jaar veldstudie in Zuidwest Friesland is dit de belangrijkste uitkomst van het onderzoek: een grutto die zijn ei legt op boerenland waar de grondwaterstand hoger is, waar meer verschillende kruiden groeien tussen het gras en waar later wordt gemaaid dan gebruikelijk, heeft zeventien keer meer kans dat zijn jong een jaar later nog leeft dan grutto’s die kiezen om te broeden in intensief beheerd boerenland.
De onderzoekers van de afdeling Dierecologie van de Rijksuniversiteit Groningen volgden tussen 2007 en 2010 in totaal 850 paar grutto’s op ruim 84 km2 boerenland in Friesland. Daarvan werd 20 procent weidevogelvriendelijke beheerd door particuliere boeren en door de natuurbeschermeningsorganisaties It Fryske Gea en Staatsbosbeheer.
Het speciaal beheerde weidevogelland bleek in die periode een bron van nieuwe grutto’s. Het gangbare weiland was echter een ecologische ‘put’, wat betekent dat er per saldo meer grutto’s doodgingen dan erbij kwamen.
Wat maakt de gruttovriendelijke weilanden nu zo aantrekkelijk? Ten eerste de hoge grondwaterstand waardoor vogels in de zachte bodem naar wormen kunnen peuren. Ook de kruidenrijke vegetatie is belangrijk omdat daar voldoende grote insecten voor kuikens te vinden zijn. Tot slot speelt de maaidatum een rol: als boeren pas laat in juni maaien, sneuvelen de eieren en de jongen niet in de maaimachines. Alleen dan worden genoeg grutto’s ‘geproduceerd’ om de sterfte te compenseren.
Landelijk gaat het nog steeds erg slecht met de gruttopopulatie. Jaarlijks neemt het aantal vogels met meer dan 5 procent af.
Foto: prachtig gruttoportret gemaakt door Johannes Klapwijk

Lees Interacties

Reageren? Plaats een reactie