De kwestie – Soortenbehoud door dierenimport: nuttig reddingsplan of kansloze missie?

Adinda van Kuijk

6 oktober 2021 .

Al tien jaar lang wordt tevergeefs geprobeerd de populatie korhoenders op de Sallandse Heuvelrug te vergroten door het uitzetten van hoenders uit Zweden. Ook de komende vijf jaar gaat dat weer gebeuren. Maar heeft dat eigenlijk wel zin? En hoe zit het met andere bedreigde diersoorten in Nederland die via het uitzetten van geïmporteerde dieren gered moeten worden?

Tekst Frans Glissenaar

Wat is er aan de hand met het korhoen?

Het korhoen is zo goed als verdwenen uit Nederland. Alleen op de Sallandse Heuvelrug in Overijssel komt het dier nog voor. Sinds 2012 is er een programma om de soort daar te behouden, en worden er daarom hoenders uit Zweden uitgezet. Maar de populatie groeit niet. Belangrijkste reden: de jonge kuikens overleven amper na hun geboorte, omdat er niet genoeg insecten zijn voor hun voeding. Daarnaast zijn eieren en kuikens een prooi voor bijvoorbeeld vossen en haviken.

Foto: iStock

Heeft het dan wel zin om hier mee door te gaan?

Volgens Ine Nijveld, boswachter van Staatsbosbeheer, wel. “Als we niets doen, zal het korhoen in Nederland voorgoed uitsterven”, zegt zij. “Maar we moeten er natuurlijk tegelijkertijd wel voor zorgen dat ook de omstandigheden verbeteren. De stikstofdepositie moet drastisch worden teruggebracht, anders zullen er nooit genoeg insecten komen. En er moeten aansluitend aan de Sallandse Heuvelrug ook gebieden ontstaan waar ze kunnen leven. Daar zijn we samen met Natuurmonumenten en Landschap Overijssel ook druk mee bezig.”  

Bij Vogelbescherming Nederland kijkt men daar anders tegenaan.

“Het is natuurlijk niet zo dat wij tegen het beschermen van het korhoen zijn”, zegt Gerrit Dommerholt van Vogelbescherming. “Maar sinds het uitkomen van het soortbeschermingsplan korhoen in 1991 heeft het veel te lang geduurd voordat met de voorgestelde herstelmaatregelen van het leefgebied is begonnen, wat in feite heeft geleid tot een populatie die ecologisch gezien niet meer levensvatbaar is. Wij denken dat het zinloos is om iedere keer nieuwe dieren uit te zetten, terwijl het leefgebied niet op orde is. Het leefgebied bestond, naast heide, ook uit hoogveen en aangrenzend extensief beheerd gras- en akkerland met voldoende vocht. Van oudsher komen daar ook soorten voor als wulp, kievit, grutto en patrijs. Ook soorten die vrijwel volledig uit dit gebied verdwenen zijn. Je moet dus eerst zorgen dat de omstandigheden in het leefgebied zo zijn dat een eventuele herintroductie een goede slagingskans heeft.” 

Foto bovenaan: iStock


Meer Nieuws