Frans Buissink over het madeliefje

René Alblas

8 november 2018 .

“Enge planten met gif, met stekels, die stinken of mateloos woekeren zijn veel leuker om over te schrijven, maar in deze flora-serie mag het madeliefje niet ontbreken”, schrijft Frans Buissink.

Het madeliefje. Een en al keurigheid en mensvriendelijkheid. Op zijn zondags heet het Bellis perennis, dat zoveel betekent als ‘aardig liefje dat er het hele jaar door is’. Dus ook in november. Meisjesspeelgoed, mariabloempje, meizoentje; het suikerfondant druipt ervan af. Het is een archetype. De volmaakte bloem. Laat iemand bij een test of op een wenskaart spontaan een bloem tekenen en, jawel, dat wordt vaak een geel hart met witte blaadjes eromheen. Want wie kent het madeliefje niet?

Afgemaaid

Mij maakt het elke lente vrolijk en treurig tegelijk. Het gras in de tuin begint te groeien en in het gras de madeliefjes. Een wit sprei van lenteachtige vitaliteit. Maar dan komt het onvermijdelijke. Het is loopgras en dat moet gemaaid. Ik betrap mezelf op een van pijn vertrokken grimas als ik de afgemaaide bloemhoofdjes onder de messen van de grasmaaier vandaan zie golven. Hadden ze niet nog een dagje langer gemogen? Al de volgende dag komt de troost. Ze zijn er weer. Weer honderden witte bloemetjes. En precies dat heeft de madeliefjes tot mensenbloemen gemaakt. Wat je ze ook aandoet, ze blijven komen. Dat kan omdat de plant zelf niet meer is dan een rozet dat zijn bladeren stijf tegen de grond gedrukt houdt en zich via uitlopers vermeerdert.

Rozetten eruit

Er zijn gazonfanaten die urenlang op handen en knieën met een onkruidsteker over het gras kruipen om de rozetten eruit te wippen. Want waar de rozetten staan, groeit geen gras. Ze voelen niet wat ze missen. Omdat de lage rozetten elke maaibeurt overleven en vrolijk steeds weer nieuwe bloemen omhoog steken, is het madeliefje een echte tuin- en parkplant geworden. Die je nog kunt eten ook, als sla.

In hoog gras kan het zich niet handhaven. Maar waar mensen hun gras maaien, is het madeliefje. En ook op verharde grond, op karrensporen en voetpaden. Daarmee is het een wereldburger geworden. In de echt woeste tropen laat het zich niet zien, maar met de Britse gazonwoede is het plantje vanuit Europa naar Amerika overgestoken. Ook naar een uithoek als Nieuw-Zeeland.

Overal in Nederland

Op de verspreidingskaart van Nederland staat het madeliefje ingetekend in alle uurhokken van de plantenatlas waar tuinen en parken zijn. Ook redt het zich redelijk in grasland dat permanent begraasd wordt. Alleen het nieuwe land in de Flevopolders moet nog veroverd worden. Ze zijn daar wel, maar nog niet tuinbreed.

De kracht van het bloemetje is dat het alle jaargetijden aankan. Het bloeit open in de zon, maar gaat ’s nachts en op kille winterdagen dicht. En het madeliefje is minder simpel dan het lijkt op een kindertekening. Het is een composiet, een samengesteldbloemige. Dat klinkt en is ingewikkeld. In het hartje zitten honderd buisbloemen, elk compleet met vijf meeldraden. Daaromheen dertien vrouwelijke lintbloemen met stampers. Als alles het doet, komen daar vruchtjes van: nootjes. Microcosmosjes, waar je maar niet aan moet denken bij het maaien.

Foto: Anne-Marie Maas


Meer Nieuws