In de ban van wilde zwijnen: de nozems van het bos

Adinda van Kuijk

30-09-2022 00:00:00

lizenzfrei

Wilde zwijnen zijn unieke dieren en tegelijk heel gewoon. Aards en onafhankelijk. Die combinatie moet ervoor gezorgd hebben dat Harry Voss intens van ze ging houden. Een passie die niet alleen passief was, maar ook actie betekende. Elke dag weer. ‘Ik voel me verantwoordelijk. Een dag niet naar het bos kan echt niet.’

Tekst Marjolein van Rotterdam

“Sinds mijn negende ben ik in de ban”, zegt Harry Voss, intussen bijna 71. “Het is heel raar, maar op elke plek in het bos waar ik ooit zwijnen zag, zie ik ze voor me. Elke keer weer! Duizenden ontmoetingen moeten het zijn. Ik heb altijd in Apeldoorn gewoond en kom elke dag in het bos. Tegenwoordig meestal fietsend, soms in alle vroegte, soms midden op de dag, soms ’s avonds. Een paar jaar geleden zag ik tijdens zo’n rondje altijd zwijnen. Nu is het drie dagen geleden dat ik er twee zag. Mannen waren het, keilers, ze renden achter elkaar aan. Práchtig. Maar een ‘zwijngarantie’ zoals ik vroeger gaf wanneer mensen met me meegingen het bos in, durf ik niet meer te geven. Er zijn maar weinig zwijnen meer en het worden er ook nog eens steeds minder. Zelfs op voederplekken zie je ze nu niet meer. Vorig jaar was het een moeilijk jaar. Het was droog, er waren weinig eikels én er waren wolven. Niets ten nadele van de wolf trouwens hoor, het zijn de jagers die het niet snappen. Een wolf weet precies welk zwijn hij pakt, een jager schiet wat hij voor zijn loop krijgt.” 

Hij zucht, heft zijn handen ten hemel; er verschijnt een ondeugend lachje op zijn gezicht. “Daarom stel ik voor eerst naar het park te gaan waar een stuk bos helemaal is ingericht voor de zwijnen. Toeristenzwijnen, haha. In een gemeente die ze verder niet wil hebben.” 

Een wild zwijn op de Veluwe | Foto Luce Vriens

Liever gewoon 

“Ik kan hier úren naar kijken, zegt Harry als we over het hek hangen. “Kijk die twee daar, aan de rand van de poel. Biggen van een jaar. Na een half jaar trekken ze het gestreepte pyjamaatje uit en lijken ze op volwassenen. Hoe ze bewegen alleen al. Ze lijken misschien koddig maar ze kunnen ongelooflijk hard lopen. Als volwassenen kunnen ze wel 80 km per uur halen. Ook heel mooi vind ik het om te zien hoe de dieren met elkaar leven. Ze zijn altijd duidelijk. Als een zeug vindt dat een big te veel aandacht vraagt krijgt hij een zetje. Hup. Weg jij.” 

“Kijk, ze gaan nu echt de poel in. Dat zie je niet vaak. Meestal hebben ze genoeg aan modder. Water hebben ze wel nodig. Om te drinken natuurlijk, maar ook om de grond zacht te houden. Temperaturen boven de 30 graden met weinig regen zoals in deze zomer, vinden ze niet fijn. Twee jaar geleden, toen het ook zo’n kurkdroge zomer was, hebben we actiegevoerd voor water. We gingen zelf met een watertank het bos in om de poelen te vullen. De dag erna kwamen de opzichters ook met water.” 

Er liggen een stuk of tien zwijnen in het bospark, wat moeders (zeugen), biggen van een jaar oud (frislingen), en één man (keiler). “Ze zijn superslim en precies”, zegt Harry. “Dat leer je door goed naar ze te kijken. De plek waar jongen worden geboren bijvoorbeeld, luistert nauw. Je noemt dat een ketel en het bestaat uit takken die ze om zich heen draperen tot er een soort vogelnest is ontstaan, kijk, daar verderop ligt er nog één. Maar het mooiste van zwijnen, en dat klinkt misschien gek, vind ik eigenlijk dat ze zo gewoon zijn. Héél anders dan edelherten. Edelherten zijn misschien wel te perfect. Ik zie ook liever mussen dan, noem maar iets, paradijsvogels. Zwijnen hebben dat aardse, laag-bij-de-grondse en tegelijk lollige. Ze zijn onafhankelijk. Het zijn de nozems van het bos.” 

Foto: wilde zwijnen. Getty Images

5x typische zwijn

  • De stats van het mannetje: 105 tot 167 centimeter lang, 64 tot 109 centimeter hoog en 33 tot 148 kilogram zwaar. Het vrouwtje: 100 tot 146 centimeter lang, 59 tot 89 centimeter hoog en 30 tot 80 kilogram zwaar.
  • Zwijnen zijn sociale dieren en leven meestal in groepen: de rottes. Die bestaat uit een aantal volwassen zeugen, jongen (de frislingen) en tweejarige dieren (de overlopers). Een rotte kan bestaan uit enkele tientallen dieren. De mannen (keilers) leven meestal solitair. 
  • Zwijnen eten zowel plantaardig als dierlijk voedsel. Ze lusten eikels, kastanjes, gras, knollen, wortels, truffels, vruchten bessen en groene plantendelen; aas, regenwormen, insectenlarven, amfibieën, reptielen, vogeleieren en kleine knaagdieren.
  • Nederland kent twee ‘officiële’ leefgebieden voor het wild zwijn, de Veluwe en Nationaal Park De Meinweg. In de rest van het land geldt het z.g. nuloptiebeleid, wat wil zeggen dat men ze liever helemaal ziet verdwijnen. Toch weten ze zich in enkele regio’s goed te handhaven.
  • In de christelijke iconografie staat het wild zwijn voor wellust.

Meer wilde zwijnen weetjes lees je in het oktobernummer van Roots.

Roots oktober

In deze editie van Roots:

  • Uitheemse eekhoorns in Nederland
  • Herfstwandelen in de Biesbosch
  • Speuren naar schelpen langs de Noordzee
  • En nog veel meer!

Pak ‘m dus mee uit het winkelschap of bestel ‘m eenvoudig online via de webshop. Veel leesplezier!

Nog meer lezen over wilde zwijnen?

Foto bovenaan: Getty Images

Recente Editie

Aanbieding!

Roots het magazine dat je midden in de natuur brengt

Meer Nieuws