Zonnende zandhagedis

Paul Bohre

30 April 2024 .

Kort geritsel in een heidestruikje met dorre bladeren langs het zandpad. Dat is meestal je eerste ervaring met een zandhagedis. Vluchtig dus. Als je de kans krijgt om ze goed te bekijken, zie je wat voor prachtbeesten het zijn. Gelukkig wordt die kans steeds groter, want het gaat weer wat beter met onze zandhagedis.

Het mannetje van de zandhagedis zijn nu, in de paartijd (april-mei), opvallend groen gekleurd. Over de rug en flanken loopt een fijn patroon van bruine en grijze streepjes en vlekjes, met witte vlekken in het midden, die van dichtbij wel met een penseeltje lijken te zijn ingetekend. Een parel op blank zand. Je ziet ze vooral in de duinen en op de Veluwe. Verder komen ze voor op de Utrechtse heuvelrug, in Drenthe en langs de oostkant van de Maas in Limburg.

Zonnende zandhagedis
Mannetje en vrouwtje (links) zandhagedis. Foto: Edwin Giesbers

Kieskeurig

Behalve fraai zijn zandhagedissen vooral ook kieskeurig. De aanwezigheid van zandhagedissen in een terrein zegt dus iets over de kwaliteit van de natuur ter plekke. Niet voor niets worden geplande nieuwbouwwijken en bungalowparken in de duinen regelmatig op de lange baan geschoven omdat er zandhagedissen zijn aangetroffen. Ze kiezen hun leefgebied met zorg uit: liefst een zandig zuidhellinkje langs een bosrand, met oude struikheidepollen, open bemoste zonneplekjes, kleine struikjes tegen de wind en flink wat gezelschap van soortgenoten voor de noodzakelijke voortplanting.

Leger aan vijanden

De aanwezigheid van konijnen of recreanten wordt door deze diertjes juist op prijs gesteld. Want die zorgen ervoor dat er plekken met los zand aanwezig blijven. Een belangrijke levensfactor voor de zandhagedis, want juist daarin leggen de vrouwtjes graag hun eieren. Voldoet het gebied niet, dan gaan ze dood, trekken weg of worden opgepeuzeld door een heel leger aan vijanden (de literatuur meldt meer dan vijftig predatoren!).

Meer hagedissen

Op steeds meer plekken worden de laatste jaren hagedissen gezien. Behalve door de afname van de fazantenstand (die hagedissen eten), komt dit ook door de warmere zomers. Omdat zandhagedissen koudbloedig zijn (ze kunnen niet zoals zoogdieren en vogels hun eigen lichaamstemperatuur regelen) heeft de hogere temperatuur des te meer effect. Ze worden sneller warm en dus actiever. En het veranderende beleid bij veel terreinbeheerders heeft de soort goed gedaan. Bijvoorbeeld in de Kennemer- en Schoorlse Duinen, waar open plekken met zand zijn gecreëerd waar de zandhagedissen vrouwtjes hun eieren kunnen leggen.

Zandhagedis
Zandhagedissen kruipen soms bovenin een heidestruik om insecten te vangen. Foto: Paul Böhre

Zonnende zandhagedis

De eieren worden meestal in juni gelegd. Na ongeveer twee maanden komen ze uit. De kleine hagedisjes worstelen zich tussen het zand omhoog en gaan meteen op zoek naar de beschutting van een graspol of heidestruik. Na een paar dagen beginnen ze te eten; alles wat beweegt en niet groter is dan de kop van de hagedis wordt als prooi gezien. De jonge hagedissen groeien snel en blijven in het najaar zo lang mogelijk actief om voldoende reserves op te bouwen voor de winter. Tot eind oktober zijn op zonnige dagen nog kleine hagedisjes te zien, de volwassenen zijn dan allang in winterslaap. Gaat dat zien!

Zelf een keer zandhagedissen zoeken? Kijk dan hier voor de 10 mooiste zandverstuivingen.

Regelmatig krijgen we een op de redactie een foto binnen met de vraag: is dit nou een salamander of een hagedis?

Foto bovenaan: Edwin Giesbers


Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief

Ontvang elke week het laatste natuurnieuws van Roots!


Meer Nieuws