De grauwe gans: schrander en succesvol

Marloes Blom

15 May 2024 .

grauwe gans

Waar je ook bent in Nederland, je kunt niet om de grauwe gans heen. Want deze vogel zie je overal, van de ruigten van de Oostvaardersplassen tot in hartje Amsterdam. Dat was 40 jaar geleden wel anders. Een portret van een aanpassingskunstenaar die slimmer is dan je denkt.

Medio jaren 80 begon bioloog Berend Voslamber (67), al van kinds af aan gefascineerd door de grauwe gans, met onderzoek naar deze vogel. Destijds was die een zeldzaamheid; in 1977 werden in Nederland niet meer dan 150 broedparen grauwe ganzen geteld. Veertig jaar later werd het aantal broedparen geschat op 100.000 tot 165.000. De grauwe gans doet het dus goed in Nederland, om het maar mild uit te drukken.

En Voslamber maakte die succesvolle opkomst rechtstreeks mee; de inmiddels gepensioneerde ex-medewerker van Sovon wijdde zich vier decennia lang aan het wel en wee van een vogelsoort die we overal zien, en vaak maar amper kennen. Dat maakt van de man, voor wiens favoriete vogels ooit in onderzoeks- en vogelaarland soms de half-serieuze term ‘Voslamberganzen’ werd gebezigd, de perfecte ganzengids.

De inhoud op deze pagina wordt momenteel geblokkeerd om jouw cookie-keuzes te respecteren. Klik hier om jouw cookie-voorkeuren aan te passen en de inhoud te bekijken.
Je kan jouw keuzes op elk moment wijzigen door onderaan de site op "Cookie-instellingen" te klikken."

Nu (weer) meer grauwe ganzen – dankzij de mens

Dat de grauwe gans in de eerste helft van de vorige eeuw een zeldzame verschijning was, had alles te maken met de mens. Die bejaagde de vogel, verkleinde diens leefgebied en verstoorde populaire broedplaatsen. De spectaculaire groei van het aantal grauwe ganzen in Nederland komt echter door diezelfde mens: de moderne manier van landbouw, met zijn monoculturen aan door kunstmest verrijkt grasland, maakt van Nederland een ideale plek voor de grauwe gans, legt Voslamber uit.

“Een groot deel van het jaar eten ze gras, al gaan ze in de nazomer en herfst ook achter oogstresten aan, zoals bieten, aardappels en granen – alleen dan laten ze het gras iets meer links liggen.” De stikstofcrisis is voor de grauwe gans dus eigenlijk een zegen gebleken. Zodanig zelfs, dat wat van nature een trekvogel was, inmiddels voor een groot deel een standvogel is geworden.

“Grauwe ganzen trokken vroeger vanuit hun broedgebieden in Scandinavië via Nederland naar Spanje om te overwinteren. Tegenwoordig verlaten de meeste grauwe ganzen Nederland en Zweden helemaal niet meer; een deel trekt nog altijd vanuit het noorden naar Nederland, maar ze overwinteren hier in plaats van door te trekken naar Spanje, zoals ze vroeger deden. Een steeds groter deel van de grauwe ganzen blijft dus tegenwoordig het hele jaar door in Nederland.”

Een grauwe gans met jong. Foto: Connie Schotanus

Paspoort van de grauwe gans (Anser anser)

Lengte: 76 tot 89 cm.
Spanwijdte: 147–180 cm.
Herkenning: hals en kop zijn iets lichter dan het lichaam. Bovenvleugels zijn tweekleurig: donker met een lichtgrijze voorkant. Poten en snavel oranjeroze.
Geluid: een rijk repertoire aan geluiden voor waarschuwing en herkenning, nasaal en vaak heel luid.
Vlucht: tijdens de trek vliegen ze in een V-formatie, waarbij ze een kenmerkend ‘gak-gak’ laten horen.
Nest: gemaakt van plantenmateriaal of afval dat in de omgeving aanwezig is. De kom van het nest wordt bedekt met donsveren. Als er geen nestmateriaal voorradig is, wordt in een kuiltje op de grond gebroed. Legt 5 tot 7 eieren,
die uitkomen na 27 tot 28 dagen.
Voedsel: vooral gras, ook plantenwortels, zaden, vruchten en jonge scheuten (van onder meer riet). In de herfst en winter op akkers aangevuld met oogstresten van maïs, aardappelen, bieten en granen.
Leefgebied: algemene soort in heel West-Europa. Broedt in het grootste deel van Europa en tot diep in Rusland.
In Nederland broeden ze in moerasgebieden als de Oostvaardersplassen tot in stadsplantsoenen in Amsterdam. Ze overwinteren vooral op boerenland, meren, uiterwaarden en grote natte natuurgebieden.

Het vervolg van dit artikel lees je in Roots Vogelmagazine, Lente 2024.

Meer lezen

Tekst: Diederik Plug
Foto bovenaan:
Connie Schotanus


Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief

Ontvang elke week het laatste natuurnieuws van Roots!


Meer Vogels