Op zoek naar de lentevuurspin

Paul Bohre

16-04-2014 00:00:00

Zo'n opvallende verschijning als het mannetje van de lentevuurspin kun je niet missen

Zo'n opvallende verschijning als het mannetje van de lentevuurspin kun je niet missen

Zo’n opvallende verschijning als het mannetje van de lentevuurspin kun je niet missen

Een afspraak maken op de dertiende. Is dat slim? Ik kan op de bewuste dag mee met boswachter Henk Ruseler van het Nationale Park De Hoge Veluwe als hij de waterstand van de vennen gaat peilen. Tussendoor gaan we dan op zoek naar het mannetje van de lentevuurspin, een van de opvallendste spinnen van Nederland. Ruseler: ‘Het weer is prima. En als je er eentje ziet, herken je hem direct: een zwart spinnetje met stevige zwart-wit gekleurde korte pootjes en een knalrood achterlijf met zwarte stippen in een vierkant. In ons land zijn ze niet te verwarren met enige andere soort.’

Terwijl Ruseler in de vennen natte schoenen haalt, zoek ik hoog en droog op de zuidhellingen van de heide de plekken af met open zand en korstmos. Vuurspinnen zijn warmteminnend en juist nu, in het voorjaar, gaan de mannetjes op zoek naar de vrouwtjes, die ingegraven in de grond leven. Op zich al een bijzondere gebeurtenis, want zo’n mannetje doet er drie jaar over om volwassen te worden en verlaat pas dan zijn woonbuis. Wat ik ook zoek, geen lentevuurspin. Toch een verkeerde keuze geweest: voor zoiets op pad gaan op deze dag? 

Ruseler: ‘Het zwartgekleurde wijfje zul je in elk geval niet zien. Zij leeft vanaf haar jeugd in een gegraven gang en produceert geuren waar het mannetje op af komt. Ook de paring vindt in haar woonbuis plaats, waarna ze een pakket eieren legt en bewaakt. De jongen leven van de voedselsappen van moeder, die korte tijd later sterft. Daarna zwermen ze uit en graven een eigen woonkoker. Waar ze pas drie jaar later weer uit tevoorschijn komen.’ Maar goed, vandaag hebben ze blijkbaar geen zin. We hebben de moed bijna opgegeven als we aan het eind van de middag, vlak voordat Ruseler terug moet naar kantoor, samen nog een laatste heuvel oplopen. ‘Hebbes’, klinkt het ineens. Een vuurrood spinnetje laat zich kort tussen de korstmossen zien. En even later vinden we er nog een die zich wel heel mooi laat zien. Toch gelukt, én op de dertiende.

Hier vond ik de spin na een middag lang zoeken

Hier vond ik de spin na een middag lang zoeken

Recente Editie

Meer Blog