Koolwitje herkennen: welk koolwitje vliegt daar eigenlijk?

Daniël Mulder

23-08-2022 00:00:00

koolwitje herkennen

In augustus zie je nog volop koolwitjes. Momenteel vliegen er drie verschillende soorten rond: klein koolwitje, groot koolwitje en klein geaderd witje. Hoe houd je ze uit elkaar? Door goed naar de vleugelpunten te kijken, kun je een koolwitje herkennen.

Groot koolwitje

Vleugelpuntcheck: uitgebreide en grote zwarte vleugelpunt die veel groter is dan bij de andere twee witjes.

Groot koolwitje. Foto Paul Böhre

Het groot koolwitje is een zeer algemene vlinder die door het hele land voorkomt. Je ziet ze vooral langs bosranden, houtwallen, ruigten, (moes)tuinen, parken en bloemrijke graslanden. Deze vlinder is het meest eenvoudig te herkennen van deze drie witjes.

In het kort: groot koolwitje | april-september | Let op zwarte bovenrand op beide voorvleugels; dat zwart loopt langs de rand ver door naar achteren. Ezelsbruggetje: bij klein koolwitje is die vlek kleiner. Vrouwtjes hebben trouwens ook nog twee zwarte vlekken op de bovenkant van de voorvleugels.

Klein koolwitje

Vleugelpuntcheck: een kleinere, zwarte vleugelpunt. Deze zwarte vlek is ‘recht’ afgesneden, alsof er een liniaal langs is gelegd.

Klein koolwitje. Foto: Paul Böhre

Het klein koolwitje is de meest algemene vlinder in Nederland. De soort komt in vrijwel elke bloemenrijke tuin voor. Koolwitjes vliegen in drie generaties vrijwel het hele jaar door: van april tot half oktober. De tweede en derde generatie overlappen elkaar gedeeltelijk. In gunstige jaren vliegt er een vierde generatie tot in november.
Het ‘witje’ in de naam is helder: dat dankt hij aan zijn overwegend witte vleugels. Verwijst dan het ‘kool’ naar de zwarte punten, zoals de koolmees vernoemt is naar zijn koolzwarte pet? Nee, dat dankt de vlinder aan het voedsel waarop hij is groot geworden: bladeren van de koolplant. Moestuinders zullen de groene rupsen en de gaten die ze achterlaten wel kennen. De toevoeging ‘klein’ heeft deze soort gekregen om hem te onderscheiden van zijn grotere neef, het groot koolwitje.

In het kort: klein koolwitje | april-september | Zwarte vlek op bovenkant van voorvleugelpunt loopt niet door naar beneden. Bij groot koolwitje dus wel.

Klein geaderd witje

Vleugelpuntcheck: de zwarte tekening op de vleugelpunt is een beetje vaag en rafelig.

Klein geaderd witje. Foto: Kars Veling / De Vlinderstichting

Zelfs voor vlinderaars blijven twee van de meest algemene soorten – het klein koolwitje en het klein geaderd witje – lastig uit elkaar te houden. Vanaf een foto kun je dit koolwitje echter goed herkennen. Je ziet het aan de zwarte vleugeltoppen, die bij het klein geaderd witje langs de vleugelrand een beetje vaag zijn en lijken na te druppelen.

Dichtgeklapt zie je het aan de donkere schubjes langs de vleugeladers waaraan het geaderd witje zijn naam dankt. Maar in de praktijk fladderen ze onrustig rond en zie je die onderscheidende kenmerken niet.

In het kort: klein geaderd witje | april-september | Onderkant vleugels heeft groensgrijze aders. Vleugelpunten voorvleugels hebben aan bovenkant een zwarte vlek die beetje ‘nadruppelt’ met zwarte vlekjes.

Koolwitje herkennen : Scheefbloemwitje

Het scheefbloemwitje maakt een bijzondere opmars. Deze vlinder werd pas in 2015 voor het
eerst in Nederland gezien. Het is nog een hele klus om scheefbloemwitjes zelf te vinden, want ze lijken sterk op het klein en groot koolwitje. Alle drie de soorten hebben een zwart tot grijze vleugelpunt. Bij het klein koolwitje is die meestal recht afgesneden en vrij klein. Bij het groot koolwitje is die zwarte punt juist groot en ver naar beneden toe doorlopend. Het scheefbloemwitje zit daar precies tussenin. De vliegtijd is van maart tot en met oktober. Scheefbloemwitjes komen af op scheefbloemen in rotstuinen. Overwinteren doen ze als pop.

Meer natuurberichten over vlinders

Foto bovenaan: Wouter van Bernebeek

Recente Editie

Meer Nieuws